De geschiedenis van molen De Hoop in Veen en het bijbehorend molenhuis met eigenaren en bewoners

1. De oude molen

Van oudsher is Veen al in het bezit van een korenmolen. In 1600 is er al sprake van een Coornmolen en wordt als eigenaar genoemd de domeinen.
In de geschiedenis over Veen van wijlen Jacob van der Pol lezen we dat in 1687 de Coornmolen met molenerf aangeslagen werden voor F. 5.1.8 (vijf gulden, een stuiver en acht penningen).
Het was een houten stellingmolen van het zelfde model als thans in 2007 nog te zien zijn op de wallen van de gemeente Heusden. De molen stond op dezelfde plaats als de molen van nu en was gebouwd in Den Eng onder het kadasternummer 235 aan de Hogemaasdijk. Het gedeelte Hoge Maasdijk heet dan ook eeuwen lang het Moleneind. Deze molen heeft zijn werk gedaan tot het jaar 1838.
In 1710 bouwt Adriaen van Noord uit Almkerk bij de molen een molenhuis voor de som van F. 820,00.

2. De molenaars van de oude molen en de bewoners van het molenhuis.

In 1730 wordt Corstiaan Blankers genoemd als bewoner van het molenhuis en ook als Coornmolenaar genoemd. In 1731 wordt dezelfde Corstiaan Blankers als bewoner en als eigenaar omschreven onder huisnummer 30. De molen wordt omschreven met als eigenaren Abraham van Walraven en Corstiaan Blankers en de laatste huurt voor 50% zijnde F. 48.8.12 van de heer Walraven de gehele molen.
In hetzelfde jaar 1731 vinden we vermeld: “Dat in onse dorpe ende district is eene coornmolen, waarvan molenaar is Corstiaan Blankers.”

In het historisch kijk- en leesboek van de heren Hans van de Mortel en Jan van Heemskerk over Aalburg, Wijk en Veen lezen we nog dat in 1740 Machiel Duijser eigenaar was.
In 1753 komt met attestatie van de Hervormde Gemeente van Sprang naar Veen Reinier Ambrosius, weduwnaar van Aartje Hulster.
In 1755 wordt Reinier Ambrosius door een tweede huwelijk aan te gaan met Geertrui van Emmickhoven, weduwe van Corstiaan Blankers, eigenaar van de molen met molenhuis.

In het boek Veen rond het jaar 1900 samengesteld door mijzelf naar aantekeningen van Jacob van der Pol lezen we onder de familie Blankers:

De familie Blankers is in Veen bekend vanaf de eerste helft van de 18e eeuw en vindt zijn stamvader in Korst of Corstiaan Blankers. In het doopboek van Veen wordt vermeld: o.a. 1723 gedoopt: Matijs; zoon van Corst Blankers en Geertruij van Emmickhoven, beiden van buiten gekomen. Gelijk nu (1900) was ook toen reeds de familie Blankers verwant aan de familie Ambrosius.
In 1755 den 26e juli, ondertrouwd: Reinier Ambrosius geboortig te Sprang, weduwnaar van Aartje Hulster met Geertruij van Emmickhoven komende van Babyloniënbroek, weduwe van Corstiaan Blankers.
In 1765, 8 november: In ondertrouw, Willem Ambrosius en Adriana Blankers, beiden wonende te Veen. Gehuwd 7 december d.a.v. Voornoemde Reinier Ambrosius is de stamvader geweest van de Veense familie Ambrosius, die door vertrek van Arnoldus Ambrosius met zijn gezin in 1924 naar Zuid-Afrika, in de mannelijke lijn heeft ophouden te bestaan in Veen. De korenmolen heeft oudtijds ook aan de familie Blankers behoord. Later aan de familie Ambrosius.

(overgenomen uit: “Veen rond het jaar 1900”)

In 1775 den 12e januari laat Reinier Ambrosius bij testament bij notaris Gerard van Oostrom te Heusden beschrijven dat zijn zoon Willem de enige erfgenaam zal zijn van al zijn goederen en hij erft dus ook de molen met het bijbehorende molenhuis. De akte wordt ondertekend door Reinier Ambrosius; Willem van Rijswijk; Aart Duijser en Jan Blankers.
(archief R.H. v. Doveren)

Zes dagen na het opmaken van het testament overlijdt op 18 januari 1775 Reinier Ambrosius.

Het gezin van koornmolenaar Willem Ambrosius
Willem is hoogstwaarschijnlijk geboren in Sprang uit het eerste huwelijk van zijn vader Reinier met Aartje Hulster. Hij trouwt in Veen op 1 december 1765 met Adriana Blankers. Het gezin krijgt tien kinderen, waarvan er enkele reeds vlak na de geboorte sterven.

Erfhuis in 1782
Conditien waar naar De gesaamelijke Kinderen en Erfgenaamen van wijlen Geertruij van Emmickhoven, laatst weduwe van Reijnier Ambrosius ten overstaan van Schout en geregten van Veen bij publieque Vendue aan de meest biedende Sullen verkopen de naar de melden Inboedel, meubile en andere goederen.
Zo begon de verkoopakte voor de openbare verkoop van de inboedel van de weduwe van Reinier Ambrosius op 6 februari 1782. Totaal 57 stukken werden bij opbod verkocht. De totale opbrengst was 120 gulden en een stuiver.
De akte werd ondertekend door de schout Otto Verhagen en de gerechten Aart Duijser en Markus Sonneveld. Het geld werd uitbetaald aan Jan Blankers.
(archief R.H. v. Doveren)

In 1806 is de weduwe van Willem Ambrosius eigenaresse van de molen en het molenhuis. Op 28 november 1807 laat de weduwe van Willem Ambrosius de molen met molenhuis op naam zetten van haar zoon Reinier.
Na het einde van de Franse overheersing in 1813 volgt Reinier Ambrosius Gerrit Blankers op als burgemeester van Veen en blijft dat tot 1848. Zijn zoon Willem wordt dan de molenaar op de molen en ook bewoner van het molenhuis.

De kadasterkaart van Veen van 1832 vermeldt dat de kadasternummers sectie A 235 huis met erf; 236 boomgaard; en 237 Windkoornmolen gelegen in de Veense Eng in eigendom zijn van Reinier Ambrosius, Schout te Veen. De molen en molenhuis blijven dus in eigendom van de burgemeester Reinier Ambrosius.

Het gezin van burgemeester Reinier Ambrosius
Reinier Ambrosius, zoon van Willem, geboren 3 oktober 1776, wordt in 1813 na de Franse overheersing burgemeester. Hij wordt na een korte periode van eerder genoemde Gerrit Blankers de tweede burgemeester van Veen en blijft dit tot 1848. Hij trouwt met Adriana Duijser uit Veen. Na het overlijden van zijn vrouw Adriana woont hij in bij zijn oudste zoon Arnoldus.

Zijn zoon Arnoldus, geboren 19 augustus 1800, vestigt zich als broodbakker in Veen. Deze huwt met Maartje Hermina van Someren komende van Ameide. De familie woont aan Den Dijk op no. 29. Dit gezin heeft acht kinderen: vijf jongens en drie meisjes. Een dienstmeisje, Jenneke Honcoop, woont bij hen in. De jongste zoon van Reinier, Willem, wordt de nieuwe koornmolenaar.

Het gezin van koornmolenaar Willem Ambrosius
Willem Ambrosius, geboren in 1802, trouwt met Klazina ’t Hooft komende van Dubbeldam. Het gezin heeft zes kinderen: Reinier geboren in 1830; Adriana Kornelia, geboren in 1831; Hendrik, geboren in 1834; Arnoldus, geboren in 1839; Luiksje, geboren in 1842 en Arie geboren in 1849.

In 1862 laat Willem Ambrosius door notaris H. Jiskoot te Veen een testament opmaken waarin beschreven wordt dat zijn twee zonen Reinier en Hendrik de enige erfgenamen zijn van de molen met molenhuis (de andere zonen zijn reeds eerder overleden).

3. De nieuwe molen

In 1838 wordt in opdracht van Reinier Ambrosius, burgemeester van Veen, en zijn zoon Willem Ambrosius, Koornmolenaar te Veen, opdracht gegeven tot het bouwen van een nieuwe korenmolen, gelegen in de Eng te Veen en het slopen van de oude molen op dezelfde plaats. Aannemer is Theodorus Cornelis Snels, meester timmerman te Waalwijk.
Het metselwerk met bijlevering van steigers wordt aangenomen door J. Verkuijl, meester metselaar te Veen, voor een gulden en vijftig cent per 1000 steen.

Het bestek beschrijft uitvoerig hoe de oude molen moet worden gesloopt en welke materialen van deze molen weer gebruikt moeten worden bij de bouw van de nieuwe molen en hoe de bouw van de nieuwe molen moet worden uitgevoerd.
Achter in het bestek is een borderel met daarin opgenomen alle houtsoorten met afmetingen die voor de molen gebruikt moeten worden, alsook de molenstenen en de zeilen voor de wieken.
(archief R.H. v. Doveren)

Specificatie van de molen
Type
Functie
Inrichting
Vlucht
Wieksysteem
Binnenroede
Buitenroede
As
Vang
Bovenwiel
Kruiwerk

Specificaties





Maalstenen

Luiwerk
Stellinghoogte
: ronde stenen stellingmolen
: korenmolen
: twee koppel maalstenen
: 24,30 meter
: Oud Hollands
: 24,20 meter
: 24,30 meter
: Gietijzer, bouwjaar 1848
: Vlaamsblokvang met vangstok
: 67 kammen; steek 11,7 meter
: gietijzeren rollen

: bovenschijfloop: 33 staven
  spoorwiel 71 kammen en 18
  staven
  Steenrondsels 24, 23 en 18
  staven
  Overbrengingsverhoudingen: 1:6, 1:6,3 en 1:8
: 1 koppel 17er kunststenen en
  1 koppel 18er blauwe stenen
: sleepluiwerk
: 4,20 meter (1*)
(1*) (overgenomen uit Molens in Nederland)

De molen is ook nog decennia lang als pelmolen in gebruik geweest om gerst tot gort te pellen.
De baard van de molen (naamplaat) draagt fraaie druiventrossen, afkomstig uit het familiewapen van de familie Ambrosius, die volgens overlevering van Franse afkomst waren en daar een wijngaard bezaten ( d’Ambrosy)
(Gegevens: Sven Verbeek)

4. De eigenaren van de nieuwe molen

In 1864 koopt Willem Ambrosius het woonhuis met schuur en erve groot 14 roede, kadasternummers 229 en 230 staande aan de Hogemaasdijk en gelegen in den Eng voor duizend gulden van Cornelis Vos Jan Jacobs zoon en gaat daar wonen. Op dit perceel wordt later door zijn zoon Hendrik een nieuwe woning gebouwd met de naam “Buitenlust”.

Het gezin van korenmolenaar Hendrik Ambrosius.
In 1865 is Hendrik Ambrosius de nieuwe eigenaar van de molen en molenhuis en gaat daar ook met zijn gezin wonen.
Hendrik trouwt met Margareta Adriana Bouman uit Wijk. Het gezin heeft acht kinderen. Klazina, geboren in 1863; Nicolaas, geboren 1864 (deze vertrekt in 1891 als bakkersknecht naar Oud Beijerland); Adriana Kornelia, geboren in 1867; Sijke Johanna, geboren in 1870; Arnoldus, geboren in 1872; Johanna, geboren in 1874; Luiksje, geboren in 1876.

Zijn broer Reinier blijft vrijgezel en wordt brievengaarder in Veen en woont bij het gezin van Willem in. Ook twee kleinkinderen van Willem wonen een tijdje in het gezin van Willem. Margaretha Adriana Vos en Jan Vos, twee kinderen van dochter Luiksje en Adriaan Vos, schippersknecht te Veen.
Adriaan Vos wordt in 1913 veerman op het veer van Veen naar Aalst. Het gezin vestigt zich in Veen aan de Hogemaasdijk. Het gezin heeft dan 5 kinderen: Elisabet Petronella geboren 31 augustus 1896; Margareta Adriana, geboren 26 februari 1898; Jan, geboren 14 oktober 1901; Hendrik Ambrosius, geboren 13 december 1903 en Adriaan, geboren 2 juli 1906.
Dochter Elisabet vertrekt 26 juli 1922 naar Genemuiden. Zij trouwt met Jetze Tjalma, oudste zoon van Dr. G. Tjalma, predikant te Veen van 1892 tot 1943.

De oudste dochter Klazina trouwt met Johannes Vos, broodbakker te Veen. Het gezin heeft drie kinderen: Elisabet Pieternella, geboren 27 november 1896; Margaretha Adriana, geboren 22 oktober 1902; Janette, geboren 28 juli 1904.
Janette verhuist naar Drongelen en trouwt met Maarten de Haan.
Elisabet trouwt met Izaäk Jiskoot en blijft in Veen wonen.
Dochter Sijke Johanna trouwt met J.van Doveren, burgemeester van Veen en van Wijk en Aalburg . In 1898 wordt hij als burgemeester opgevolgd door zijn zoon R.J.van Doveren.

Begin 1900, na het overlijden van Hendrik wordt Arnoldus Ambrosius molenaar en eigenaar van molen en molenhuis. Arnoldus gaat later wonen in het door zijn vader gebouwde nieuwe woonhuis “Buitenlust”.

Het gezin van korenmolenaar Arnoldus Ambrosius
Arnoldus Ambrosius is gehuwd met Susanna Middelkoop komende uit Dussen. Het gezin heeft drie kinderen: Peter Meeuwis, geboren in 1897, Margaretha Adriana, geboren in 1900 en Johanna Maria, geboren in 1905.
13 mei 1924 vertrekt het hele gezin plotseling naar Zuid Afrika en daarmede is ook de laatste mannelijke tak van de familie Ambrosius uit Veen vertrokken.

Later blijkt dat de familie niet alleen koren maalde maar ook in het geheim jenever stookte. Na een tip van burgemeester Van Doveren die hem waarschuwde dat de zaak bekend was bij justitie en dat hij daarvoor in juni 1924 de gevangenis in moest vertrok het hele gezin ijlings naar Zuid Afrika.

Omstreeks 1924 begint Johan van Ballegooijen een graanmaalderij en handel in veevoeders in het huis van zijn vader aan de Maasdijk en koopt de korenmolen van de familie Ambrosius. Naast de bij de woning van de van Johan van Ballegooijen elektrisch aangedreven graanmolen blijft de oude korenmolen regelmatig in gebruik. In het laatste jaar van de oorlog 1940-1945 draait de molen in het geheim regelmatig in de nacht om graan te malen voor de Veense bevolking en vele evacués. Na 1950 neemt zoon Gijs van Ballegooijen de zaak van zijn vader over en is daarmede de laatste molenaar van de Veense molen.
In 1956 verkoopt de heer G. van Ballegooijen de molen aan de gemeente Veen.

Het gemeentebestuur van Veen draagt de molen op 5 oktober 1965 over aan de molenstichting het land van Heusden en Altena.
De molen is ook nog een tijdje in gebruik geweest als weekend huisje.

Het moleneind in Veen eerste helft 20e eeuw
Adrie Roeland, overbuurman van de molen, heeft de molen jarenlang perfect bijgehouden en zeer regelmatig laten draaien. Later moest hij verplicht stoppen omdat door de molenstichting een molenaarsdiploma vereist werd. Thans in 2007 wordt de molen onderhouden door de vrijetijds molenaar Sven Verbeek uit Dussen.

Het molenhuis werd in 1924 gekocht door Arie Willemse van Wijk. Latere bewoners zijn o.a. de familie Cornelis Hazeleger, de familie van Martinus Duister, de familie Frie van Kampen, die er op de zolder een schoenmakerij had, de familie van Meester S. de Vries, de familie Mathijs Timmermans Adr.z., de weduwe Jan Timmermans, en als laatste door de familie Mul die er een hondenkennel bezit.
Nu in 2007 staat het te koop of is reeds verkocht aan een projectontwikkelaar.


Gebruikte bronnen:
Streekarchief te Heusden
Burgelijkestand van Veen
Archief R.H.van Doveren
De geschiedenis van Veen, door Jacob v.d.Pol
Molenstichting Land van Heusden en Altena
Sven Verbeek te Dussen.

De geschiedenis van Molen De Hoop is verkrijgbaar als boekje en is een uitgave van de Vereniging Vrienden van Molen De Hoop.
Het is een beschrijving van de molen met molenhuis en van de eigenaren en bewoners.
Het boekje is uitsluitend te koop tijdens openstelling van de molen en de opbrengst is ten bate van de molen.



 Home   Algemeen   Geschiedenis   In het nieuws   Trouwen in De Hoop   Contact   Leuk om te weten